Het experiment

Aanleiding

Hoewel Nederland een echt fietsland is, is er een groot verschil in beschikbaarheid van kennis, gegevens en informatie over fietsen in vergelijking met bijvoorbeeld de auto. Hierdoor blijft fietsen vaak onderbelicht in het algemene mobiliteitsbeleid. Gelukkig is er de laatste jaren een groeiende aandacht voor de fiets. Terecht, want de fietser en de fiets kunnen bijdragen aan het oplossen van verschillende maatschappelijke problemen. Het gaat dan niet alleen om verkeersproblematiek maar ook om luchtkwaliteit, volksgezondheid, interactie/participatie en de geluksbeleving.

Voor veel mensen kan de fiets een goed alternatief zijn waar men persoonlijk voordeel van kan hebben. Bovendien komen er nieuwe technologieën op de markt waardoor het mobiliteitssysteem in Nederland veranderd. De opkomst van de elektrische fiets en het gebruik van media op de fiets zorgt voor een verandering in het fietsen en verkeersveiligheid. Daarnaast komen er steeds meer methoden beschikbaar om het fietsen te vergemakkelijken, te versnellen en metingen uit te voeren. De provincie Utrecht wil een koploper zijn op het gebied van deze fietskennis en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van fietsend Nederland.

Met deze doelstelling is de provincie Utrecht experiment Snuffelfiets gestart. In dit experiment wordt op grote schaal mobiele data op de fiets verzameld door participerende burgers. IoT bedrijf Sodaq is als partner aangesloten voor de productie van de mobiele sensoren. Partner Civity is verantwoordelijk voor het datamanagement en RIVM ondersteunt bij het valideren van de verzamelde data.


De casus

Zoals gezegd is er nog weinig zicht op het gebruik van de fiets in relatie tot de andere vervoersmodaliteiten. Wat nog vrij weinig wordt gedaan is het meten op de fiets. Vaak omdat het onhandig is, in verhouding tot de fietskosten vrij duur is en er mobiele netwerken voor moeten worden ingezet. Met deze casus willen inwoners de mogelijkheid bieden een bijdrage te leveren aan deze maatschappelijke opgave door zelf te gaan meten. Indien er voldoende fietsers en data is, is het mogelijk deze opgave te sturen. Om het aantrekkelijk te laten zijn om te gaan meten zou de oplossing (op termijn) voor de inwoners cq fietsers betaalbaar en geaccepteerd moeten zijn.

Omdat er in dit soort innovatieve trajecten veel afhankelijkheden en onzekerheden zitten (techniek, het gedrag van fietsers enz.), en de vele factoren (wind, luchtvochtigheid en) die meespelen, zijn wij deze casus uit gaan uitvoeren in de vorm van een experiment en verschillende fases. We zijn begonnen met een kleine groep fietsers in de regio en hebben een parameter gemeten waar op dit moment (onder fietsers en politiek) veel belangstelling voor is. Op het moment wordt veel aandacht gevestigd op fijnstof en gezonde luchtkwaliteit voor fietsers. In een later stadium van het experiment kan worden opgeschaald en kan er meer worden gemeten zodat uiteindelijk meerdere maatschappelijke opgaven met deze casus kunnen worden gehaald.

Het identificeren van groene fietsroutes is van grote waarde voor zowel inwoners als overheden. Inwoners kunnen op basis van deze informatie ervoor kiezen om routes te nemen waar de luchtkwaliteit beter is, en voor overheden zou deze informatie aanwijzingen kunnen geven over de plekken waar het nemen van maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren nodig zijn. Bovendien zal de data ook inzicht geven in de manier waarop fietsers zich door de omgeving bewegen, iets wat nog niet eerder goed in beeld is gebracht. Deze gedeelde informatiebehoefte is de basis voor het experiment Snuffelfiets.

Resultaat

De casus wordt experimenteel opgepakt en wordt daarom opgesplitst in verschillende fases en sporen. Elke fase en spoor moet zijn eigen resultaten opleveren. Het eindresultaat is dat er een betaalbare sensor beschikbaar is voor het meten van verschillende parameters en waar permanent voldoende fietsers mee rondrijden zodat er voldoende data beschikbaar is over ‘de fiets’ in de (leef)omgeving. De markt maakt hiervoor vervolgens bruikbare toepassingen.


Aanpak

Fase 1: Test end-to-end oplossing

Deze fase is afgerond in december 2018 en was bedoeld om een mobiele sensor op de fiets werkend te krijgen, eenvoudig data up te loaden naar het dataplatform van de aanjaagteamleden en op een eenvoudige manier de resultaten te presenteren. De test is uitgevoerd met een tiental prototypes sensoren en met betrokken inwoners van de provincie. In de gemeente Zeist is een zeer actieve bewonersgroep die bezig is met duurzaamheid en luchtkwaliteit en waar de gemeente nauw bij betrokken is. De bedoeling was dat de bewoners in de testperiode van 5 weken met hun eigen fiets in de omgeving rondfietsen met de sensor van Sodaq (innovatiepartner uit de markt). Ondertussen wordt de data realtime via narrowband geüpload naar het dataplatform van Civity (innovatiepartner). De resultaten zijn tijdens dit overleg van et aanjaagteam gepresenteerd. Enkele kenmerken uit de resultaten zijn:

  • Fietsers zijn zeer actief en er is genoeg betrokkenheid te vinden in de regio (meer dan 8.000 km gefietst). Vooral dat er een dasboard beschikbaar was met daarop de gefietste routes zichtbaar als de fietser thuiskwam is erg succesvol.
  • Met 10 sensoren al een enorme dekking
  • De mobiele end-to-end oplossing werkt. Er waren zo goed als geen storingen.
  • De sensor is redelijk betaalbaar en kan bij hogere productie goedkoper worden

Fase 2: Opschalen en (data)kwaliteit (gepland voor 2019)

Fase 2 is gestart in 2019 en is momenteel in volle gang. Er worden drie sporen benoemd die tegelijk lopen en elkaar (kunnen) versterken:

Spoor 1: Opschalen

Wat we hebben getest in fase 1 wordt breder (meer fietser) en ‘bigger’ (hogere concentratie fietsers in een regio) uitgezet. We doen dit met exact dezelfde end-to-end oplossing als in fase 1. Contractering vindt plaats met dezelfde partijen via een afwijkingsverklaring. De provincie Utrecht zorgt voor de kastjes/sensoren (100% gefinancierd) samen met Sodaq en Civity voor de end-to-end oplossing. Deze zijn dan beschikbaar bij de gemeenten/bewonersgroepen, andere betrokkenen regionale community’s (bijvoorbeeld Wielerplatformen) en eventueel bij provincie dekkende belangen – of recreatiegroepen of commerciële partijen. De provincie regelt het project- en programmamanagement en de ondersteuning binnen de community’s en groepen. Er is sprake van een opschaling bij minimaal 500 sensoren.

Spoor 2: Innoveren van de sensor

Met innovatiepartnercontract (innovaties inkopen) zullen verschillende partijen werken aan de verbetering van het kastje/sensor, meer functionaliteit en parameters voor meerdere beleidsdoelstellingen (in aanjaagteam wordt gedacht aan reistijden, hittestress) of andere doelgroepen (prestatiegerichte wielrenner?). Het gaat hierbij om de ontwikkeling van open source high- én low-end oplossingen. De low-end hebben de voorkeur omdat deze interessant zijn voor een brede doelgroep en gebruikt kunnen worden door gebruiker en voor big data doelstellingen. High-end kan vooral interessant zijn voor de professionele gebruiker.

Spoor 3: Analyse en visualisatie

Hierin wordt onderzocht hoeveel data nodig is voor een big dataeffect en welke conclusies mogelijk te trekken zijn uit de resultaten. Dit doen we in samenwerking met kennispartners als RIVM.